|
Belastingen & tarieven 2008 & Buitengewone lasten |
U heeft het waarschijnlijk al gemerkt aan de voorlopige teruggaaf 2008, dat de regeling voor de buitengewone lasten in 2008 veranderd is. Aftrekposten zijn komen te vervallen en percentages veranderen. Onderstaand een toelichting.
Buitengewone lasten
De aftrek voor de buitengewone lasten veranderen in 2008. Het meest in het oog springen dat verschillende soorten aftrek in 2008 niet meer zijn toegestaan en het drempelinkomen fors is verlaagd. Dit is sterk van invloed op de voorlopige teruggave 2008 .
Sommige uitgaven zijn niet meer aftrekbaar:
- de standaardpremie voor de Zorgverzekeringswet,
- de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet,
- de bijdragevervangende belasting voor gemoedsbezwaren,
- de bijdrage voor mensen die in het buitenland wonen, in Nederland hun premies betalen en tegelijkertijd in het land waar ze wonen recht hebben op zorg,
- vergelijkbare uitgaven op grond van een buitenlandse regeling,
- uitgaven die vallen onder het eigen risico van de Zorgverzekeringswet.
Het drempelinkomen
Dit alles kan er aardig inhakken. Ter gedeeltelijke compensatie is het drempelinkomen voordat u voor aftrek van buitengewone lasten in aanmerking kunt komen, verlaagd. Daarbij wordt onder drempelinkomen het verzamelinkomen verstaan, voordat de persoonsgebonden aftrek er vanaf is gehaald. De drempel bedraagt €115 bij een drempelinkomen dat lager is dan €6.999, en in alle andere gevallen 1,65% van het drempelinkomen. Ter vergelijking: in 2007 was dit nog 11,5% van het drempelinkomen.
De aftrekposten
Ik loop een aantal belangrijke aftrekposten voor u na:
- Kosten voor ziekten, invaliditeit en dergelijke. Het gaat dan om de kosten van belastingplichtigen zelf, fiscale partners en kinderen jonger dan 27 jaar, evenals tot het huishouden van de belastingplichtige behorende ernstig gehandicapte personen van 27 jaar of ouder, en tot de huishouding horende zorgafhankelijke ouders, broers of zussen. Voor deze uitgaven gelden bovengenoemde drempels. Als het fiscale partnerschap het hele jaar bestaat, moeten de inkomens bij elkaar worden opgesteld en de drempels verdubbeld.
- Kleding en beddengoed. Het te declareren bedrag voor extra kleding en beddengoed bedraagt bij ziekte en invaliditeit minimaal €300. Indien de extra uitgaven de €600 overstijgen, moeten de extra uitgaven worden aangetoond, en wordt de aftrek verhoogd naar €750.
- Reiskosten ziekenbezoek. Ook reiskosten in verband met ziekenbezoek kunnen deels worden afgetrokken. Bij het regelmatig bezoeken van personen die wegens ziekte of invaliditeit langer dan een maand worden verpleegd, en met wie de belastingplichtige een gezamenlijke huishouding voerde, kunnen de reiskosten voor €0,20 per kilometer bij de fiscus in rekening worden gebracht. Aanvullende voorwaarde is dan nog dat de reisafstand meer dan 10 kilometer moet bedragen.
- Uitgaven arbeidsongeschiktheid. Bent u aan het begin van het kalenderjaar jonger dan 65 jaar, dan worden kosten in verband met arbeidsongeschiktheid in aanmerking genomen tot een bedrag van €821.
- Chronisch zieken. Voor de aftrek voor chronisch zieken komt u in aanmerking als de uitgaven aan bepaalde specifieke ziektekosten per persoon in een kalenderjaar minimaal €325 bedragen. De vaste aftrek bedraagt €821. Onder deze specifieke ziektekosten vallen geneesmiddelen, dieetkosten,de eigen bijdrage AWBZ voor verzorging en verpleging, kosten van hulpmiddelen, extra kosten van vervoer en voor gezinshulp, en extra kosten voor kleding en beddengoed. Als het verzamelinkomen vóór aftrek van de persoonsgebonden aftrek lager is dan €31.589, en de specifieke uitgaven hoger dan €325 zijn, dan kunt u bovendien gebruik maken van een vermenigvuldigingsfactor van 113%. Dat is interessant, want zo kunt u 213% van de specifieke kosten fiscaal aftrekken.
- Chronisch zieke kinderen. Ouders en verzorgers van chronisch zieke kinderen kunnen per chronisch ziek kind in aanmerking komen voor een vaste aftrek van €821.
- Ouderenaftrek. Uitgaven als gevolg van ouderdom komen in aanmerking van een aftrek van €821. U moet dan wel 65 jaar of ouder zijn.
|
|
|
Sociale verzekeringen per 1 januari 2008 |
|
Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong gaan vanaf 1 januari 2008 omhoog. De verhogingen worden doorgevoerd omdat de uitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon.
Het minimumloon stijgt van € 1317,00 naar € 1335,00 euro bruto. De kinderbijslag (die valt onder de minister voor jeugd en gezin) gaat niet omhoog. De aanpassingen zijn nodig omdat ook de lonen en de prijzen de afgelopen tijd zijn gestegen.
AOW-uitkering omhoog
AOW'ers zien hun netto uitkering bijvoorbeeld met tussen de 8 en de 11 euro per maand stijgen. Hoe hoog het bedrag is, hangt af van de persoonlijke situatie. De netto-uitkering van een alleenstaande AOW'er gaat bijvoorbeeld met ruim 11 euro omhoog naar 914 euro per maand. Echtparen waarvan beide partners 65 jaar of ouder zijn, krijgen in totaal netto 16 euro per maand erbij. Hun gezamenlijke netto-uitkering komt dan uit op 1251 euro per maand. Dat is exclusief vakantietoeslag en de tegemoetkoming AOW. Deze tegemoetkoming wordt aan alle AOW-ers uitbetaald en het bruto bedrag bedraagt in 2008 14,86 euro per maand.
WW, WIA en WAO
Ook mensen met WW, WIA en WAO gaan er over het algemeen op vooruit. De uitkeringen worden verhoogd met 1,37%. De absolute stijging is lastiger aan te geven omdat die nog meer dan bij de AOW afhangt van persoonlijke omstandigheden. Zo is bijvoorbeeld ook van belang hoe hoog hun inkomen was voordat zij een uitkering kregen. Voor de berekening van de uitkering geldt bovendien een maximum inkomen; verdient men meer dan telt het deel boven dat maximum niet mee bij het bepalen van de uitkering. Dit zogeheten maximumdagloon wordt per 1 januari 2008 vastgesteld op 177,03 euro bruto per dag.
Verder wordt er per 1 januari de kindertoeslag geïntroduceerd (die ook valt onder de minister voor jeugd en gezin) en is er een aanpassing in de Toeslagenwet.
AOW
AOW'ers die getrouwd zijn of samenwonen hebben elk een eigen recht op een AOW-pensioen. De hoogte daarvan is gelijk aan de helft van het netto minimumloon. De AOW voor een alleenstaande bedraagt 70 procent van het netto minimumloon en dat voor een eenoudergezin 90 procent. Bij die laatste groep gaat het om pensioengerechtigden die een kind hebben jonger dan achttien jaar voor wie zij kinderbijslag ontvangen.
Voor gehuwde AOW'ers van wie de partner jonger is dan 65, gelden afwijkende regels. Normaal gesproken is het pensioen gelijk aan 50 procent van het minimumloon (de uitkering voor een gehuwde). Daarbovenop komt een toeslag van maximaal hetzelfde bedrag (bruto 673,84) (deze toeslag komt overigens te vervallen per 1 januari 2015). Echter, is het recht op pensioen al ingegaan voor 1 februari 1994 dan valt de AOW'er onder een overgangsregeling en is het pensioen 70 procent van het netto minimumloon. De toeslag is dan maximaal 30 procent.
|
|
|
Loonheffing, of toch niet, afdragen bij Freelancers ? |
|
Bij freelancers moet u er altijd voor oppassen dat er geen arbeidsovereenkomst ontstaat. De term ‘freelance' heeft op zich namelijk geen juridische waarde. De Belastingdienst kan dus besluiten dat u belasting en premies moet gaan betalen voor de freelancer.
Er is sprake van een arbeidsovereenkomst als:
- u als opdrachtgever loon betaalt;
- de freelancer in een gezagsverhouding tot u staat;
• de ene partij (de freelancer) zich verbindt tegenover de andere partij (de opdrachtgever) tijdens een zekere periode persoonlijk arbeid te verrichten. De freelancer mag zich dan niet zomaar door een ander laten vervangen.
Zelfs als een freelancercontract is afgesloten kan door de Belastingdienst of de rechter de conclusie worden getrokken dat er sprake is van een - fictieve - arbeidsovereenkomst. U bent dan loonheffingen verschuldigd.
VAR
Om te voorkomen dat er wordt getwijfeld aan de economische onafhankelijkheid van een freelancer, kan de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) uitkomst bieden. Deze verklaring geeft duidelijkheid over de fiscale kwalificatie van de inkomsten en over de arbeidsrelatie. Is de freelancer een zelfstandige ondernemer of is hij bij u in dienst als werknemer? Vraag dus naar deze verklaring als u een freelancer inschakelt.
Als in de VAR wordt vermeld dat de freelancer ‘winst uit onderneming' heeft of zijn inkomsten ‘voor rekening en risico van een vennootschap' zijn, hoeft u over deze inkomsten geen loonheffingen in te houden. Staat echter in de VAR dat de inkomsten ‘resultaat zijn uit overige werkzaamheden', dan biedt dit geen garantie met betrekking tot de loonheffingen. U zult dit dan in overleg met de Belastingdienst moeten vaststellen.
home
|
|
|
|
|
<< Start < Vorige 11 12 13 14 15 16 17 18 19 Volgende > Einde >>
|
|
Pagina 15 van 19 |