|
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft onlangs op Kamervragen geantwoord dat een ZZP-er (zelfstandige zonder personeel) in beginsel zelf aansprakelijk is voor schade voor een ongeval dat hem of haar overkomt. De ZZP-er is zelf verantwoordelijk voor zijn werk(wijze), het gebruik van veilige werktuigen en dergelijke. Alleen als de opdrachtgever een onrechtmatige daad jegens de ZZP-er pleegt, zou de ZZP-er hem of haar aansprakelijk kunnen stellen voor de geleden schade.
Van een onrechtmatige daad kan sprake zijn als de opdrachtgever tegenover de ZZP-er schade veroorzaakt doordat hij inbreuk maakt op een recht dan wel iets doet of nalaat in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, terwijl die onrechtmatige daad aan de opdrachtgever toe te rekenen is en er een causaal verband bestaat tussen de daad en de schade. Van belang is daarbij wel dat de ZZP-er echt als zelfstandige optreedt. Als de ZZP-er (bijvoorbeeld) slechts capaciteit levert, maar de aanwijzingen van de opdrachtgever (of van een hoofdaannemer) moet opvolgen, de werktuigen van de opdrachtgever gebruikt, alsmede de werk(wijze) van de opdrachtgever is in feite sprake van een gezagsverhouding. Dan zal de opdrachtgever of hoofdaannemer op grond van onder andere de Arbeidsomstandighedenwet maatregelen moeten treffen om veiligheids- of gezondheidsrisico's te voorkomen. En bij een ongeval zal de zzp-er de opdrachtgever of hoofdaannemer in dat geval aansprakelijk kunnen stellen op grond van de zorgverplichting die rust op een werkgever.
De VAR (verklaring arbeidsrelatie) heeft uitsluitend gevolgen voor de inhouding van belasting en sociale premies. De aansprakelijkheid voor ongevallen wordt niet door de VAR of een inschrijving bij de Kamer van Koophandel beïnvloed.
Voor zware risico's, zoals het werken met gevaarlijke stoffen, zijn zelfstandig werkende ZZP-ers wel onder de Arbeidsomstandighedenwet gebracht. Daarmee beoogt de wetgever om met name het gevaar voor derden te beperken. Bijvoorbeeld in de situatie waarin een ZZP-er samen met andere ZZP-ers of werknemers van een onderneming een klus met grote veiligheidsrisico's uitvoert.
home |
|
|
ZZP'ers en Freelancers zijn onmisbaar |
|
In de afgelopen decennia heeft de Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP'er) zich ontwikkeld van een onbemind fenomeen binnen het bedrijfsleven tot een onmisbare schakel in de economische bedrijvigheid. Steeds meer personen voelen zich aangetrokken tot het ZZP-schap. Inmiddels is zelfs meer dan de helft van het aantal ondernemingen in de sectoren Industrie, Bouw, Vervoer, Opslag en Communicatie, Verhuur en Zakelijke Dienstverlening en Overige dienstverlening het bedrijf van een ZZP'er. Het ZZP-schap is zeker geen rage, maar een vorm van economische bedrijvigheid die nu en op de lange termijn onmisbaar is voor de economie.
Dit blijkt uit het onderzoeksrapport 'ZZP'er: van onbemind tot onmisbaar' van EIM. De waarde van de ZZP-diensten in het economische verkeer van Nederland kent naar schatting meer dan 300.000 ZZP'ers. Binnen de sectoren die centraal gestaan hebben in het EIM-onderzoek zijn er anno 2007 245.000 ZZP'ers. Dit is 54% van alle ondernemingen in die sectoren. De waarde van de diensten die ZZP'ers in deze sectoren leveren aan het bedrijfsleven en de consumenten kan globaal worden begroot op bijna 19 miljard euro. Dit is 3% van de totale omzet (excl. btw) die door alle ondernemingen in de onderzochte sectoren wordt gerealiseerd.
Stimulansen voor het ZZP-schap In het verleden werd een persoonlijke noodsituatie (dreigend ontslag) vaak gezien als de grootste drive voor het ZZP-schap. Anno 2007 overheersen echter de sterke drang tot zelfontplooiing en het streven naar vrijheid en ongebondenheid. ZZP-schap is geen noodkeuze, maar een ambitie. Gezien de huidige economische en maatschappelijke ontwikkeling vormen - ook op de lange termijn - de behoeften aan vrijheid, verantwoordelijkheid en zelfontplooiing steeds meer de drijfveren voor de keuze voor ondernemerschap als ZZP'er.
Belang ZZP'ers voor bedrijfsleven en consument De stimulansen voor het bedrijfsleven om ZZP'ers in te schakelen hangen sterk samen met de ontwikkelingen op de markt en het denken over de aard van de arbeidsrelatie. Steeds groter belang wordt gehecht aan flexibele arbeidsrelaties, zoals de arbeidspool die ZZP'ers kunnen bieden. Ook de groeiende behoeften van bedrijven om zich te concentreren op de corebusiness stimuleren de inschakeling van de ZZP'er. Verder stimuleert de groeiende behoefte aan creativiteit, organisatievermogen en kennis op het gebied van markt en ondernemen de inzet van kennis-ZZP'ers (freelancers, consultants, specialisten, interim-managers etc.) De behoefte van de consument om de woonomgeving en leefomstandigheden op een steeds hoger comfortpeil te brengen, brengt hem ertoe om vaker ZZP'ers in te schakelen.
home
|
|
|
Belastingen & tarieven 2008 & Buitengewone lasten |
U heeft het waarschijnlijk al gemerkt aan de voorlopige teruggaaf 2008, dat de regeling voor de buitengewone lasten in 2008 veranderd is. Aftrekposten zijn komen te vervallen en percentages veranderen. Onderstaand een toelichting.
Buitengewone lasten
De aftrek voor de buitengewone lasten veranderen in 2008. Het meest in het oog springen dat verschillende soorten aftrek in 2008 niet meer zijn toegestaan en het drempelinkomen fors is verlaagd. Dit is sterk van invloed op de voorlopige teruggave 2008 .
Sommige uitgaven zijn niet meer aftrekbaar:
- de standaardpremie voor de Zorgverzekeringswet,
- de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet,
- de bijdragevervangende belasting voor gemoedsbezwaren,
- de bijdrage voor mensen die in het buitenland wonen, in Nederland hun premies betalen en tegelijkertijd in het land waar ze wonen recht hebben op zorg,
- vergelijkbare uitgaven op grond van een buitenlandse regeling,
- uitgaven die vallen onder het eigen risico van de Zorgverzekeringswet.
Het drempelinkomen
Dit alles kan er aardig inhakken. Ter gedeeltelijke compensatie is het drempelinkomen voordat u voor aftrek van buitengewone lasten in aanmerking kunt komen, verlaagd. Daarbij wordt onder drempelinkomen het verzamelinkomen verstaan, voordat de persoonsgebonden aftrek er vanaf is gehaald. De drempel bedraagt €115 bij een drempelinkomen dat lager is dan €6.999, en in alle andere gevallen 1,65% van het drempelinkomen. Ter vergelijking: in 2007 was dit nog 11,5% van het drempelinkomen.
De aftrekposten
Ik loop een aantal belangrijke aftrekposten voor u na:
- Kosten voor ziekten, invaliditeit en dergelijke. Het gaat dan om de kosten van belastingplichtigen zelf, fiscale partners en kinderen jonger dan 27 jaar, evenals tot het huishouden van de belastingplichtige behorende ernstig gehandicapte personen van 27 jaar of ouder, en tot de huishouding horende zorgafhankelijke ouders, broers of zussen. Voor deze uitgaven gelden bovengenoemde drempels. Als het fiscale partnerschap het hele jaar bestaat, moeten de inkomens bij elkaar worden opgesteld en de drempels verdubbeld.
- Kleding en beddengoed. Het te declareren bedrag voor extra kleding en beddengoed bedraagt bij ziekte en invaliditeit minimaal €300. Indien de extra uitgaven de €600 overstijgen, moeten de extra uitgaven worden aangetoond, en wordt de aftrek verhoogd naar €750.
- Reiskosten ziekenbezoek. Ook reiskosten in verband met ziekenbezoek kunnen deels worden afgetrokken. Bij het regelmatig bezoeken van personen die wegens ziekte of invaliditeit langer dan een maand worden verpleegd, en met wie de belastingplichtige een gezamenlijke huishouding voerde, kunnen de reiskosten voor €0,20 per kilometer bij de fiscus in rekening worden gebracht. Aanvullende voorwaarde is dan nog dat de reisafstand meer dan 10 kilometer moet bedragen.
- Uitgaven arbeidsongeschiktheid. Bent u aan het begin van het kalenderjaar jonger dan 65 jaar, dan worden kosten in verband met arbeidsongeschiktheid in aanmerking genomen tot een bedrag van €821.
- Chronisch zieken. Voor de aftrek voor chronisch zieken komt u in aanmerking als de uitgaven aan bepaalde specifieke ziektekosten per persoon in een kalenderjaar minimaal €325 bedragen. De vaste aftrek bedraagt €821. Onder deze specifieke ziektekosten vallen geneesmiddelen, dieetkosten,de eigen bijdrage AWBZ voor verzorging en verpleging, kosten van hulpmiddelen, extra kosten van vervoer en voor gezinshulp, en extra kosten voor kleding en beddengoed. Als het verzamelinkomen vóór aftrek van de persoonsgebonden aftrek lager is dan €31.589, en de specifieke uitgaven hoger dan €325 zijn, dan kunt u bovendien gebruik maken van een vermenigvuldigingsfactor van 113%. Dat is interessant, want zo kunt u 213% van de specifieke kosten fiscaal aftrekken.
- Chronisch zieke kinderen. Ouders en verzorgers van chronisch zieke kinderen kunnen per chronisch ziek kind in aanmerking komen voor een vaste aftrek van €821.
- Ouderenaftrek. Uitgaven als gevolg van ouderdom komen in aanmerking van een aftrek van €821. U moet dan wel 65 jaar of ouder zijn.
|
|
|
|
|
<< Start < Vorige 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Volgende > Einde >>
|
|
Pagina 18 van 23 |